“Jezus zei tegen hem: Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij.” Joh.14:6
“Want niemand kan een ander fundament leggen dan wat gelegd is, dat is Jezus Christus.” 1Cor.3:11

Bemoedigingen

Bemoedigende en troostvolle teksten

“En zie, Ik ben met u, Ik zal u beschermen overal waar u heen zult gaan, en Ik zal u terugbrengen in dít land, want Ik zal u niet verlaten, totdat Ik gedaan heb wat Ik tot u gesproken heb!” (Genesis 28:15 HSV)

“En hij zegende Jozef en zei: De God voor Wiens aangezicht mijn vaderen, Abraham en Izak, gewandeld hebben, de God Die mij als herder geleid heeft, mijn leven lang tot op deze dag, de Engel, Die mij verlost heeft van al het kwaad, zegene deze jongens, zodat door hen mijn naam en de naam van mijn vaderen, Abraham en Izak, genoemd zal blijven en zij in het midden van het land in menigte zullen toenemen.” (Genesis 48:15-16 HSV)

“Over Benjamin zei hij: De door de HEERE beminde, hij zal onbezorgd bij Hem wonen. Hij zal hem heel de dag beschermen, en tussen Zijn schouders zal Hij wonen!” (Deuteronomium 33:12 HSV)

“Maar u hebt heden uw God verworpen, Die u uit al uw ellenden en uw noden verlost heeft, en u hebt tegen Hem gezegd: Stel een koning over ons aan. Nu dan, stel u op voor het aangezicht van de HEERE, overeenkomstig uw stammen en uw duizenden.” (1 Samuël 10:19 HSV)

“En zie, zoals uw leven deze dag belangrijk in mijn ogen was, zo moge mijn leven belangrijk zijn in de ogen van de HEERE, en moge Hij mij uit alle nood redden.” (1 Samuël 26:24 HSV)

“Maar David antwoordde Rechab en zijn broer Baëna, de zonen van Rimmon, uit Beëroth en zei tegen hen: Zo waar de HEERE leeft, Die mijn leven uit alle nood verlost heeft,” (2 Samuël 4:9 HSV)

“Daarom bent U groot, Heere God, want er is niemand zoals U, en er is geen God dan U alleen, zoals blijkt uit alles wat wij met onze eigen oren gehoord hebben.” (2 Samuël 7:22 HSV)

“David sprak de woorden van dit lied tot de HEERE op de dag waarop de HEERE hem gered had uit de hand van al zijn vijanden en uit de hand van Saul.” (2 Samuël 22:1 HSV)

“God is mijn vesting en kracht; Hij heeft mijn weg volkomen gebaand.” (2 Samuël 22:33 HSV)

“Toen zwoer de koning en zei: Zo waar de HEERE leeft, Die mijn ziel uit alle nood verlost heeft,” (1 Koningen 1:29 HSV)

“Ik weet echter: mijn Verlosser leeft, en Hij zal ten laatste over het stof opstaan.” (Job 19:25 HSV)

“In vrede zal ik gaan liggen en weldra slapen, want U alleen, HEERE, doet mij veilig wonen.” (Psalmen 4:8 HSV)

 “De HEERE is Koning, eeuwig en altijd; de heidenvolken zijn uit Zijn land verdwenen.  U hebt de wens van de zachtmoedigen gehoord, HEERE, U zult hun hart versterken, Uw oor zal er acht op slaan  om de wees en de verdrukte recht te doen. Dan zal een aardse sterveling voortaan geen geweld meer bedrijven.” (Psalmen 10:16-18 HSV)

“Ik stel mij de HEERE voortdurend voor ogen;omdat Hij aan mijn rechterhand is, wankel ik niet.” (Psalmen 16:8 HSV)

“Bewaar mij als Uw oogappel, verberg mij onder de schaduw van Uw vleugels” (Psalmen 17:8 HSV)

“Ik stel mij de HEERE voortdurend voor ogen; omdat Hij aan mijn rechterhand is, wankel ik niet. Daarom is mijn hart verblijd en mijn eer verheugt zich, ook zal mijn lichaam veilig wonen.” (Psalmen 16:8-9 HSV)

“Hij doet mij neerliggen in grazige weiden, Hij leidt mij zachtjes naar stille wateren.” (Psalmen 23:2 HSV)

“Hij verkwikt mijn ziel, Hij leidt mij in het spoor van de gerechtigheid, omwille van Zijn Naam.” (Psalmen 23:3 HSV)

“De HEERE is mijn kracht en mijn schild; op Hem heeft mijn hart vertrouwd en ik ben geholpen. Daarom springt mijn hart op van vreugde en zal ik Hem met mijn lied loven.” (Psalmen 28:7 HSV)

“De HEERE zal Zijn volk kracht geven,de HEERE zal Zijn volk zegenen met vrede.” (Psalmen 29:11 HSV)

“Een psalm van David. De HEERE is mijn licht en mijn heil, voor wie zou ik vrezen? De HEERE is mijn levenskracht, voor wie zou ik angst hebben?” (Psalmen 27:1 HSV)

“(34:5) Ik heb de HEERE gezocht en Hij heeft mij geantwoord, en mij gered uit al wat ik vrees.” (Psalmen 34:4 HSV)

“(34:7) Deze ellendige riep en de HEERE hoorde; zain Hij verloste hem uit al zijn benauwdheden.” (Psalmen 34:6 HSV)

“(34:18) Zij roepen en de HEERE hoort, tsade Hij redt hen uit al hun benauwdheden.” (Psalmen 34:17 HSV)

“(34:19) De HEERE is nabij de gebrokenen van hart, Hij verlost de verbrijzelden van geest.” (Psalmen 34:18 HSV)

“(34:20) De rechtvaardige heeft veel ellende, maar uit dat alles redt de HEERE hem.” (Psalmen 34:19 HSV)

“Al mijn beenderen zullen zeggen: HEERE, wie is aan U gelijk! U redt de ellendige van wie sterker is dan hij, en de ellendige en arme van wie hem berooft.” (Psalmen 35:10 HSV)

“(7) Uw gerechtigheid is als de machtige bergen, Uw oordelen zijn als de grote watervloed; mensen en dieren verlost U, HEERE.  (8) Hoe kostbaar is Uw goedertierenheid, o God! Daarom nemen de mensenkinderen de toevlucht onder de schaduw van Uw vleugels.  (9) Zij worden verzadigd met de overvloed van Uw huis; U laat hen drinken uit Uw beek vol verrukkelijke gaven.” (Psalmen 36:6-8 HSV)

“(36:10) Want bij U is de bron van het leven; in Uw licht zien wij het licht.” (Psalmen 36:9 HSV)

“Schep vreugde in de HEERE, dan zal Hij u geven wat uw hart verlangt.” (Psalmen 37:4 HSV)

“Vertrouw uw weg aan de HEERE toe en vertrouw op Hem: Híj zal het doen.” (Psalmen 37:5 HSV)

“Een psalm van David, voor de koorleider. (40:2) Lang heb ik de HEERE verwacht, en Hij boog Zich naar mij toe en hoorde mijn hulpgeroep.” (Psalmen 40:1 HSV) En verder!

“Mijn God, mijn ziel buigt zich neer in mij, daarom denk ik aan U vanuit het land van de Jordaan en het Hermongebergte, vanuit het laaggebergte.” (Psalmen 42:6 (7) HSV)

 “(55:23) Werp uw zorg op de HEERE, en Híj zal u onderhouden; Hij zal voor eeuwig niet toelaten dat de rechtvaardige wankelt.” (Psalmen 55:22 HSV)

“(56:4) Op de dag dat ik vrees, vertrouw ík op U.” (Psalmen 56:3 HSV)

“(56:5) In God prijs ik Zijn woord, op God vertrouw ik, ik vrees niet; wat zou een schepsel mij kunnen doen?” (Psalmen 56:4 HSV)

“(9) Ú hebt mijn omzwervingen geteld; doe mijn tranen in Uw kruik. Staan zij niet in Uw register?” (Psalmen 56:8 HSV)

“(10) Dan zullen mijn vijanden terugdeinzen, op de dag dat ik roep. Dit weet ik: dat God met mij is.” (Psalmen 56:9 HSV)

“10 (57:11) Want Uw goedertierenheid is groot tot aan de hemel, Uw trouw tot de wolken. 11 (57:12) Verhef U boven de hemel, o God; Uw eer zij over de hele aarde.” (Psalmen 57:10-11 HSV)

“(17) Ik echter zal van Uw macht zingen en ‘s morgens vrolijk zingen van Uw goedertierenheid. Want U bent voor mij een veilige vesting geweest, een toevlucht in de dagen dat angst mij benauwde.” (Psalmen 59:16 HSV)

“(8) In God is mijn heil en mijn eer; mijn sterke rots, mijn toevlucht is in God.” (Psalmen 62:7 HSV)

“1 Een psalm van David, voor de koorleider, met een snaarinstrument. (61:2) O God, luister naar mijn roepen, sla acht op mijn gebed. 2 (61:3) Van het einde van het land roep ik tot U, nu mijn hart bezwijkt; leid mij op een rots  die voor mij te hoog zou zijn. 3 (61:4) Want U bent een toevlucht voor mij geweest, een sterke toren tegen de vijand.” (Psalmen 61:1-3 HSV)

“1 Een psalm van David, voor de koorleider, over Jeduthun. (62:2) Zeker, mijn ziel is stil voor God; van Hem is mijn heil. 2 (62:3) Zeker, Hij is mijn rots en mijn heil, mijn veilige vesting; ik zal niet al te zeer wankelen.” (Psalmen 62:1-2 HSV)

“(62:6) Zeker, mijn ziel, zwijg voor God, want van Hem is mijn verwachting.” (Psalmen 62:5 HSV)

“(8) In God is mijn heil en mijn eer; mijn sterke rots, mijn toevlucht is in God.” (Psalmen 62:7 HSV)

“(68:20) Geloofd zij de Heere; dag aan dag overlaadt Hij ons. Die God is onze zaligheid. Sela” (Psalmen 68:19 HSV)

“Bezwijkt mijn lichaam en mijn hart, dan is God de rots van mijn hart en voor eeuwig mijn deel.” (Psalmen 73:26 HSV)

“Wie in de schuilplaats van de Allerhoogste is gezeten, zal overnachten in de schaduw van de Almachtige.” (Psalmen 91:1 HSV)

“Ik zeg tegen de HEERE: Mijn toevlucht en mijn burcht, mijn God, op Wie ik vertrouw!  Want Híj zal u redden van de strik van de vogelvanger, van de zeer verderfelijke pest.” (Psalmen 91:2-3 HSV)

“1 Een psalm.  Zing voor de HEERE een nieuw lied, want Hij heeft wonderen gedaan; Zijn rechterhand en Zijn heilige arm hebben Hem heil gebracht. 2  De HEERE heeft Zijn heil bekendgemaakt en Zijn gerechtigheid geopenbaard voor de ogen van de heidenvolken.” (Psalmen 98:1-2 HSV)

“1 Een psalm van David. Loof de HEERE, mijn ziel, en al wat in mij is, Zijn heilige Naam. 2 Loof de HEERE, mijn ziel, en vergeet niet een van Zijn weldaden.” (Psalmen 103:1-2 HSV)

“8 Barmhartig en genadig is de HEERE, geduldig en rijk aan goedertierenheid. 9 Hij zal niet voor altijd ter verantwoording roepen, niet voor eeuwig handhaaft Hij Zijn toorn. 10 Hij doet ons niet naar onze zonden en vergeldt ons niet naar onze ongerechtigheden. 11 Want zo hoog de hemel is boven de aarde,  zo is Zijn goedertierenheid machtig over wie Hem vrezen. 12 Zo ver het oosten is van het westen,  zo ver heeft Hij onze overtredingen van ons gedaan. 13 Zoals een vader zich ontfermt over zijn kinderen,  zo ontfermt de HEERE Zich over wie Hem vrezen. 14 Want Híj weet wat voor maaksel wij zijn  en blijft bedenken dat wij stof zijn.” (Psalmen 103:8-14 HSV)

“Want Hij heeft de dorstige ziel verzadigd en de hongerige ziel met het goede vervuld.” (Psalmen 107:9 HSV)

“Vanwaar de zon opkomt tot waar hij ondergaat, zij de Naam van de HEERE geprezen.” (Psalmen 113:3 HSV)

“Welzalig wie Zijn getuigenissen in acht nemen,  die Hem met heel hun hart zoeken,” (Psalmen 119:2 HSV)

“Ja, Uw getuigenissen zijn mijn bron van blijdschap, zij zijn mijn raadgevers.” (Psalmen 119:24 HSV)

“Dit is mij tot troost in mijn ellende: dat Uw belofte mij levend heeft gemaakt.” (Psalmen 119:50 HSV)

“Ik heb gedacht aan Uw oordelen van oude tijden af, HEERE, en heb mij getroost.” (Psalmen 119:52 HSV)

“Uw verordeningen zijn mijn gezangen geweest op de plaats waar ik vreemdeling was.” (Psalmen 119:54 HSV)

“Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad.” (Psalmen 119:105 HSV)

“143 Benauwdheid en nood hebben mij getroffen,  maar Uw geboden zijn mijn bron van blijdschap. 144 Uw rechtvaardige getuigenissen zijn voor eeuwig; geef mij inzicht, dan zal ik leven. 145 Ik heb met heel mijn hart geroepen; verhoor mij, HEERE, ik zal Uw verordeningen in acht nemen. 146 Ik heb U aangeroepen, verlos mij; dan zal ik mij aan Uw getuigenissen houden. 147 Ik ben de morgen schemering voor geweest en heb om hulp geroepen; op Uw woord heb ik gehoopt. 148 Mijn ogen zijn de nacht waken voor geweest om Uw woord te overdenken. 149 Hoor mijn stem overeenkomstig Uw goedertierenheid; HEERE, maak mij levend overeenkomstig Uw recht.” (Psalmen 119:143-149 HSV)

“1 Een pelgrimslied. Ik sla mijn ogen op naar de bergen, vanwaar mijn hulp komen zal. 2 Mijn hulp is van de HEERE, Die hemel en aarde gemaakt heeft. 3 Hij zal uw voet niet laten wankelen, uw Bewaarder zal niet sluimeren. 4 Zie, de Bewaarder van Israël zal niet sluimeren of slapen.” (Psalmen 121:1-4 HSV)

“Onze hulp is in de Naam van de HEERE, Die hemel en aarde gemaakt heeft.” (Psalmen 124:8 HSV)

“De HEERE zal Zijn werk voor mij voltooien; Uw goedertierenheid, HEERE, is voor eeuwig; laat de werken van Uw handen niet los.” (Psalmen 138:8 HSV)

“Leer mij Uw welbehagen te doen, want U bent mijn God. Laat Uw goede Geest mij leiden in een geëffend land.” (Psalmen 143:10 HSV)

“13 Uw Koninkrijk is een Koninkrijk van alle eeuwen, Uw heerschappij omvat alle generaties. 14 De HEERE ondersteunt allen die vallen, Hij richt alle gebogenen op. 15 De ogen van allen wachten op U, U geeft hun hun voedsel op zijn tijd. 16 U doet Uw hand open en verzadigt al wat leeft, naar Uw welbehagen.” (Psalmen 145:13-16 HSV)

“Al zijn wegen zijn iemand recht in zijn eigen ogen, maar de HEERE toetst de harten.” (Spreuken 21:2 HSV)

“Ieder woord van God is gelouterd, Hij is een schild voor hen die tot Hem de toevlucht nemen.” (Spreuken 30:5 HSV)

“Hij heeft alles op zijn tijd mooi gemaakt. Ook heeft Hij de eeuw in hun hart gelegd, zonder dat de mens het werk dat God gedaan heeft, van het begin tot het eind kan doorgronden.” (Prediker 3:11 HSV)

“Hij: Zie, u bent mooi, Mijn vriendin, zie, u bent mooi, uw ogen zijn als duiven.” (Hooglied 1:15 HSV)

“Daarom zal de Heere Zelf u een teken geven: Zie, de maagd zal zwanger worden. Zij zal een Zoon baren en Hem de naam Immanuel geven.” (Jesaja 7:14 HSV)

“Want er zal een Twijgje opgroeien uit de afgehouwen stronk van Isaï, en een Loot uit zijn wortels zal vrucht voortbrengen.” (Jesaja 11:1 HSV)

“Zie, God is mijn heil, ik zal vertrouwen en geen angst hebben, want mijn kracht en psalm is de HEERE HEERE, en Hij is mij tot heil geworden.” (Jesaja 12:2 HSV)

“Het is Uw vaste voornemen: U zult volkomen vrede bewaren, want men heeft op U vertrouwd.” (Jesaja 26:3 HSV)

“Vertrouw op de HEERE, tot in eeuwigheid, want de HEERE HEERE is een eeuwige rots.” (Jesaja 26:4 HSV)

“Het gras verdort, de bloem valt af, maar het Woord van onze God bestaat voor eeuwig.” (Jesaja 40:8 HSV)

“maar wie de HEERE verwachten, zullen hun kracht vernieuwen, zij zullen hun vleugels uitslaan als arenden, zij zullen snel lopen en niet afgemat worden, zij zullen lopen en niet moe worden.” (Jesaja 40:31 HSV)

“Wees niet bevreesd, want Ik ben met u, wees niet verschrikt, want Ik ben uw God. Ik sterk u, ook help Ik u, ook ondersteun Ik u met Mijn rechterhand, die gerechtigheid werkt.” (Jesaja 41:10 HSV)

“Maar nu, zo zegt de HEERE, uw Schepper, Jakob, uw Formeerder, Israël: Wees niet bevreesd, want Ik heb u verlost, Ik heb u bij uw naam geroepen, u bent van Mij.” (Jesaja 43:1 HSV)

“Wanneer u zult gaan door het water, Ik zal bij u zijn, door rivieren, zij zullen u niet overspoelen. Wanneer u door het vuur zult gaan, zult u niet verbranden, geen vlam zal u aansteken.” (Jesaja 43:2 HSV)

“Wees niet bevreesd, want Ik ben met u. Vanwaar de zon opkomt, zal Ik uw nageslacht halen en vanwaar zij ondergaat zal Ik u bijeenbrengen.” (Jesaja 43:5 HSV)

“Zie, Ik maak iets nieuws. Nu zal het ontkiemen. Zult u dat niet weten? Ja, Ik zal een weg aanleggen in de woestijn, rivieren in de wildernis.” (Jesaja 43:19 HSV)

“Tot uw ouderdom toe zal Ik Dezelfde zijn, ja, tot uw grijsheid toe zal Ík u dragen; Ík heb het gedaan en Ík zal u opnemen, Ík zal dragen en redden.” (Jesaja 46:4 HSV)

“De Heere HEERE gaf Mij een tong van een die onderwijs ontving, zodat Ik weet met de vermoeide een woord op de juiste tijd te spreken. Hij wekt Mij elke morgen, Hij wekt Mij het oor, zodat Ik hoor als zij die onderwijs ontvangen.  De Heere HEERE heeft Mij het oor geopend, en Zelf ben Ik niet ongehoorzaam, Ik wijk niet terug.” (Jesaja 50:4-5 HSV)

“De zon zal voor u niet meer zijn tot een licht overdag en als een schijnsel zal u de maan niet verlichten, maar de HEERE zal voor u zijn tot een eeuwig licht en uw God tot uw sieraad.” (Jesaja 60:19 HSV)

“De Geest van de Heere HEERE is op Mij, omdat de HEERE Mij gezalfd heeft om een blijde boodschap te brengen aan de zachtmoedigen. Hij heeft Mij gezonden om te verbinden de gebrokenen van hart, om voor de gevangenen vrijlating uit te roepen en voor wie gebonden zaten, opening van de gevangenis;  om uit te roepen het jaar van het welbehagen van de HEERE en de dag van de wraak van onze God; om alle treurenden te troosten;” (Jesaja 61:1-2 HSV)

“Want zo zegt de HEERE: Zie, Ik doe de vrede naar haar toestromen als een rivier, en de luister van de heidenvolken als een alles overstromende beek. Dan zult u zuigen, u zult op de heup gedragen en op de knieën vertroeteld worden.  Zoals iemands moeder hem troost, zo zal Ík u troosten; ja, in Jeruzalem zult u getroost worden!” (Jesaja 66:12-13 HSV)

“Het woord van de HEERE kwam tot mij: Wat ziet u, Jeremia? Ik zei: Ik zie een amandeltak.” (Jeremia 1:11 HSV)

“Ik immers, Ik ken de gedachten die Ik over u koester, spreekt de HEERE. Het zijn gedachten van vrede en niet van kwaad, namelijk om u toekomst en hoop te geven.” (Jeremia 29:11 HSV)

“Van verre tijden af is de HEERE aan mij verschenen:  Met eeuwige liefde heb Ik u liefgehad, daarom heb Ik u getrokken met goedertierenheid.” (Jeremia 31:3 HSV)

“(6:27) Er wordt door mij bevel gegeven dat men in heel het machtsgebied van mijn koninkrijk zal beven en sidderen voor het aangezicht van de God van Daniël, want Hij is de levende God, en houdt voor eeuwig stand. Zijn Koninkrijk gaat niet te gronde, en Zijn heerschappij duurt tot het einde.  (6:28) Hij verlost en redt, Hij doet tekenen en wonderen in de hemel en op de aarde, Hij, Die Daniël heeft verlost uit de klauwen van de leeuwen.” (Daniël 6:26-27 HSV)

“En scheur uw hart en niet uw kleren. Bekeer u tot de HEERE, uw God, want Hij is genadig en barmhartig, geduldig en rijk aan goedertierenheid, en Hij heeft berouw over het kwaad.” (Joël 2:13 HSV)

“25 Ik zal u de jaren vergoeden die de veldsprinkhaan, de jonge sprinkhaan, de zwermsprinkhaan en de treksprinkhaan hebben opgegeten, Mijn grote leger, dat Ik op u had afgestuurd. 26 Dan zult u overvloedig en tot verzadiging eten, en de Naam van de HEERE, uw God, prijzen, Die wonderlijk met u heeft gehandeld. Mijn volk zal voor eeuwig niet beschaamd worden.” (Joël 2:25-26 HSV)

“Zelf zal ik echter uitzien naar de HEERE, ik zal wachten op de God van mijn heil. Mijn God zal mij horen.” (Micha 7:7 HSV)

“Hij zal Zich weer over ons ontfermen, Hij zal onze ongerechtigheden vertrappen, ja, U zult al hun zonden werpen in de diepten van de zee.” (Micha 7:19 HSV)

“De HEERE is goed, Hij is tot een vesting op de dag van de benauwdheid. Hij kent hen die tot Hem hun toevlucht nemen,” (Nahum 1:7 HSV)

“Al zal de vijgenboom niet in bloei staan en er geen vrucht aan de wijnstok zijn, al zal de opbrengst van de olijfboom tegenvallen en zullen de velden geen voedsel voortbrengen, al zal het kleinvee uit de kooi verdwenen zijn en er geen rund in de stallen over zijn-  ik zal dan toch in de HEERE van vreugde opspringen, mij verheugen in de God van mijn heil.  De HEERE Heere is mijn kracht, Hij maakt mijn voeten als die van de hinden, en Hij doet mij treden op mijn hoogten. Voor de koorleider, bij mijn snarenspel.” (Habakuk 3:17-19 HSV)

“De HEERE, uw God, is in uw midden, een Held, Die verlossen zal. Hij zal Zich over u verheugen met blijdschap. Hij zal zwijgen in Zijn liefde. Hij zal Zich over u verblijden met gejuich.  Wie bedroefd zijn vanwege de samenkomst zal Ik verzamelen, zij zijn uit u; de smaad drukt als een last op hen.  Zie, in die tijd ga Ik optreden tegen al uw verdrukkers. Ik zal verlossen wie mank gaat, bijeenbrengen wie verdreven is. Ik zal hen maken tot lof en tot een naam in heel het land waar zij beschaamd waren.  In die tijd zal Ik u hierheen brengen, namelijk in de tijd dat Ik u zal bijeenbrengen. Voorzeker, Ik zal u maken tot een naam en tot lof onder alle volken van de aarde, wanneer Ik voor uw ogen een omkeer in uw gevangenschap breng, zegt de HEERE.” (Sefanja 3:17-20 HSV)

“Dan spreken zij die de HEERE vrezen, ieder tot zijn naaste: De HEERE slaat er acht op en luistert. Er is een gedenkboek geschreven voor Zijn aangezicht, voor wie de HEERE vrezen en wie Zijn Naam hoogachten.” (Maleachi 3:16 HSV)

“Maar voor u die Mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan en onder Zijn vleugels zal genezing zijn; en u zult naar buiten gaan en dartelen als kalveren uit de stal.” (Maleachi 4:2 HSV)

“Als God nu het gras op het veld, dat er vandaag is en morgen in de oven geworpen wordt, zo bekleedt, zal Hij u niet veel meer kleden, kleingelovigen?” (Mattheüs 6:30 HSV)

 

“29 Worden niet twee musjes voor een penninkje verkocht? En niet een van die zal op de aarde vallen buiten uw Vader om. 30  En ook de haren van uw hoofd zijn alle geteld. 31  Wees dus niet bevreesd, u gaat veel musjes te boven.” (Mattheüs 10:29-31 HSV)

 

“Maar wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden.” (Mattheüs 24:13 HSV)

 

“Leer van de vijgenboom deze gelijkenis: wanneer zijn tak al zacht wordt en de bladeren uitspruiten, dan weet u dat de zomer nabij is.” (Mattheüs 24:32 HSV)

 

“Ga dan heen, onderwijs al de volken, hen dopend in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, hun lerend alles wat Ik u geboden heb, in acht te nemen.” (Mattheüs 28:19 HSV)

 

“En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld. Amen.” (Mattheüs 28:20 HSV)

 

“6 Worden niet vijf musjes voor twee penninkjes verkocht? En niet een van die is bij God vergeten. 7 Ja, ook de haren van uw hoofd zijn alle geteld. Wees dan niet bevreesd: u gaat veel musjes te boven.” (Lukas 12:6-7 HSV)

 

“Maar allen die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven kinderen van God te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven;” (Johannes 1:12 HSV)

 

“Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.” (Johannes 3:16 HSV)

 

“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie Mijn woord hoort en Hem gelooft Die Mij gezonden heeft, die heeft eeuwig leven en komt niet in de verdoemenis, maar is uit de dood overgegaan in het leven.” (Johannes 5:24 HSV)

 

“Jezus dan sprak opnieuw tot hen en zei: Ik ben het Licht der wereld; wie Mij volgt, zal beslist niet in de duisternis wandelen, maar zal het licht van het leven hebben.” (Johannes 8:12 HSV)

 

“Ik ben de Deur; als iemand door Mij naar binnen gaat, zal hij behouden worden; en hij zal ingaan en uitgaan en weide vinden.” (Johannes 10:9 HSV)

 

“En Ik zal de Vader bidden, en Hij zal u een andere Trooster geven, opdat Hij bij u blijft tot in eeuwigheid,” (Johannes 14:16 HSV)

 

“De God Die de wereld gemaakt heeft en alles wat daarin is, Deze, Die een Heere van de hemel en van de aarde is, woont niet in tempels die met handen gemaakt zijn.” (Handelingen 17:24 HSV)

 

“Want wat is het geval? Als sommigen ontrouw zijn geweest, zal hun ontrouw de trouw van God toch niet tenietdoen?  Volstrekt niet! Zo echter moet het zijn: God is waarachtig maar ieder mens een leugenaar, zoals geschreven staat: Opdat U gerechtvaardigd wordt wanneer U rechtspreekt, en overwint wanneer U oordeelt.” (Romeinen 3:3-4 HSV)

 

“Want u hebt niet de Geest van slavernij ontvangen, die opnieuw tot angst leidt, maar u hebt de Geest van aanneming tot kinderen ontvangen, door Wie wij roepen: Abba, Vader!” (Romeinen 8:15 HSV)

 

“Want ik ben ervan overtuigd dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid die aan ons geopenbaard zal worden.” (Romeinen 8:18 HSV)

 

“Maar als wij hopen wat wij niet zien, dan verwachten wij het met volharding.” (Romeinen 8:25 HSV)

 

“En evenzo komt ook de Geest onze zwakheden te hulp, want wij weten niet wat wij bidden zullen zoals het behoort. De Geest Zelf echter pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen.” (Romeinen 8:26 HSV)

 

“En wij weten dat voor hen die God liefhebben, alle dingen meewerken ten goede, voor hen namelijk die overeenkomstig Zijn voornemen geroepen zijn.” (Romeinen 8:28 HSV)

 

“Als u met uw mond de Heere Jezus belijdt en met uw hart gelooft dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult u zalig worden.” (Romeinen 10:9 HSV)

 

“Wat zullen wij dan over deze dingen zeggen? Als God voor ons is, wie zal tegen ons zijn?  Hoe zal Hij, Die zelfs Zijn eigen Zoon niet gespaard maar voor ons allen overgegeven heeft, ons ook met Hem niet alle dingen schenken?  Wie zal beschuldigingen inbrengen tegen de uitverkorenen van God? God is het Die rechtvaardigt.  Wie is het die verdoemt? Christus is het Die gestorven is, ja wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook aan de rechterhand van God is, Die ook voor ons pleit.  Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking, of benauwdheid, of vervolging, of honger, of naaktheid, of gevaar, of zwaard?  Zoals geschreven staat: Want omwille van U worden wij de hele dag gedood, wij worden beschouwd als slachtschapen.  Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem Die ons heeft liefgehad.  Want ik ben ervan overtuigd dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch krachten, noch tegenwoordige, noch toekomstige dingen,  noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde van God in Christus Jezus, onze Heere.” (Romeinen 8:31-39 HSV)

 

“En hoe zullen zij prediken, als zij niet gezonden worden? Zoals geschreven staat: Hoe lieflijk zijn de voeten van hen die vrede verkondigen, van hen die het goede verkondigen!” (Romeinen 10:15 HSV)

 

“De God nu van de hoop moge u vervullen met alle blijdschap en vrede in het geloven, opdat u overvloedig bent in de hoop, door de kracht van de Heilige Geest.” (Romeinen 15:13 HSV)

 

“Meer dan een menselijke verzoeking is u niet overkomen. En God is getrouw: Hij zal niet toelaten dat u verzocht wordt boven wat u aankunt, maar Hij zal met de verzoeking ook de uitkomst geven om die te kunnen doorstaan.” (1 Corinthiërs 10:13 HSV)

 

“3 Geprezen zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, de Vader van de barmhartigheden en de God van alle vertroosting, 4 Die ons troost in al onze verdrukking, zodat wij hen kunnen troosten die in allerlei verdrukking zijn, met de vertroosting waarmee wij zelf door God getroost worden.” (2 Corinthiërs 1:3-4 HSV)

 

“Daarom, als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden.” (2 Corinthiërs 5:17 HSV)

 

“Want de droefheid die overeenkomstig de wil van God is, brengt een onberouwelijke bekering tot zaligheid teweeg, maar de droefheid van de wereld brengt de dood teweeg.” (2 Corinthiërs 7:10 HSV)

 

“Want u kent de genade van onze Heere Jezus Christus, dat Hij omwille van u arm is geworden, terwijl Hij rijk was, opdat u door Zijn armoede rijk zou worden.” (2 Corinthiërs 8:9 HSV)

 

“En dit zeg ik:Wie karig zaait, zal ook karig oogsten; en wie zegenrijk zaait, zal ook zegenrijk oogsten.” (2 Corinthiërs 9:6 HSV)

 

“Ik ben met Christus gekruisigd; en niet meer ik leef, maar Christus leeft in mij; en voor zover ik nu in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, Die mij heeft liefgehad en Zichzelf voor mij heeft overgegeven.” (Galaten 2:20 HSV)

 

“Want u bent allen kinderen van God door het geloof in Christus Jezus.” (Galaten 3:26 HSV)

 

“Maar God, Die rijk is in barmhartigheid, heeft ons door Zijn grote liefde, waarmee Hij ons liefgehad heeft,  ook toen wij dood waren door de overtredingen, met Christus levend gemaakt-uit genade bent u zalig geworden-  en heeft ons met Hem opgewekt en met Hem in de hemelse gewesten gezet in Christus Jezus,  opdat Hij in de komende eeuwen de allesovertreffende rijkdom van Zijn genade zou bewijzen, door de goedertierenheid over ons in Christus Jezus.  Want uit genade bent u zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u, het is de gave van God;  niet uit werken, opdat niemand zou roemen.  Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus om goede werken te doen, die God van tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen.” (Efeziërs 2:4-10 HSV)

 

“Ik vertrouw erop dat Hij Die in u een goed werk begonnen is, dat voltooien zal tot op de dag van Jezus Christus.” (Filippenzen 1:6 HSV)

 

“en de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten bewaken in Christus Jezus.” (Filippenzen 4:7 HSV)

 

“Maar mijn God zal u, overeenkomstig Zijn rijkdom, voorzien van alles wat u nodig hebt, in heerlijkheid, door Christus Jezus.” (Filippenzen 4:19 HSV)

 

“En u bent volmaakt geworden in Hem, Die het Hoofd is van iedere overheid en macht.” (Colossenzen 2:10 HSV)

 

“Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem van een aartsengel en met een bazuin van God neerdalen uit de hemel. En de doden die in Christus zijn, zullen eerst opstaan.  Daarna zullen wij, de levenden die overgebleven zijn, samen met hen opgenomen worden in de wolken, naar een ontmoeting met de Heere in de lucht. En zo zullen wij altijd bij de Heere zijn.  Zo dan, troost elkaar met deze woorden.” (1 Thessalonicen 4:16-18 HSV)

 

“Maar de Heere is getrouw, Die u zal versterken en bewaren voor de boze.” (2 Thessalonicen 3:3 HSV)

 

“Want daarvoor spannen wij ons ook in en worden wij gesmaad, omdat wij onze hoop gevestigd hebben op de levende God, Die een Behouder is van alle mensen, in het bijzonder van de gelovigen.” (1 Timotheüs 4:10 HSV)

 

“Want God heeft ons niet gegeven een geest van vreesachtigheid, maar van kracht en liefde en bezonnenheid.” (2 Timotheüs 1:7 HSV)

 

“in mijn vervolgingen en lijden zoals die mij overkomen zijn in Antiochië, in Ikonium en in Lystre. Wat heb ik al niet aan vervolgingen doorstaan, en uit die alle heeft de Heere mij verlost.” (2 Timotheüs 3:11 HSV)

 

“Maar de Heere heeft mij bijgestaan en heeft mij kracht gegeven, opdat door mij de prediking volbracht zou worden en alle heidenen die zouden horen. En ik ben uit de muil van de leeuw verlost.” (2 Timotheüs 4:17 HSV)

 

“En de Heere zal mij bevrijden van alle boze opzet en mij verlossen tot de komst van Zijn hemels Koninkrijk. Hem zij de heerlijkheid tot in alle eeuwigheid. Amen.” (2 Timotheüs 4:18 HSV)

 

“opdat wij, gerechtvaardigd door Zijn genade, erfgenamen zouden worden, overeenkomstig de hoop van het eeuwige leven.” (Titus 3:7 HSV)

 

“Laten wij de belijdenis van de hoop onwrikbaar vast houden, want Hij Die het beloofd heeft, is getrouw.” (Hebreeën 10:23 HSV)

 

“Laat uw handelwijze zonder geldzucht zijn. Wees tevreden met wat u hebt, want Hij heeft Zelf gezegd: Ik zal u beslist niet loslaten en Ik zal u beslist niet verlaten.” (Hebreeën 13:5 HSV)

 

“Daarom zeggen wij met goede moed: De Heere is voor mij een Helper en ik zal niet vrezen. Wat zal een mens mij doen?” (Hebreeën 13:6 HSV)

 

“Jakobus, een dienstknecht van God en van de Heere Jezus Christus, aan de twaalf stammen die in de verstrooiing zijn: wees verheugd!  Acht het enkel vreugde, mijn broeders, wanneer u in allerlei verzoekingen terechtkomt,  want u weet dat de beproeving van uw geloof volharding teweegbrengt.  Maar laat die volharding ook volledig mogen doorwerken, opdat u volmaakt bent en geheel oprecht, en in niets tekortschiet.” (Jakobus 1:1-4 HSV)

 

“Elke goede gave en elk volmaakt geschenk is van boven en daalt neer van de Vader der lichten, bij Wie er geen verandering is, of schaduw van omkeer.  Overeenkomstig Zijn wil heeft Hij ons gebaard door het Woord van de waarheid, opdat wij in zeker opzicht eerstelingen van Zijn schepselen zouden zijn.” (Jakobus 1:17-18 HSV)

 

“Hij echter geeft des te meer genade. Daarom zegt de Schrift:God keert Zich tegen de hoogmoedigen, maar aan de nederigen geeft Hij genade.  Onderwerp u dan aan God. Bied weerstand aan de duivel en hij zal van u wegvluchten.  Nader tot God, en Hij zal tot u naderen. Reinig de handen, zondaars, en zuiver de harten, dubbelhartigen!  Besef uw ellendige staat en treur en huil. Laat uw lachen veranderd worden in treuren en uw blijdschap in droefheid.  Verneder u voor de Heere, en Hij zal u verhogen.” (Jakobus 4:6-10 HSV)

 

“Want hiertoe bent u geroepen, omdat ook Christus voor ons geleden heeft; Hij laat ons zo een voorbeeld na, opdat u Zijn voetsporen zou navolgen;” (1 Petrus 2:21 HSV)

 

“Maar heb voor alles vurige liefde voor elkaar, want de liefde zal een menigte van zonden bedekken.” (1 Petrus 4:8 HSV)

 

“Werp al uw zorgen op Hem, want Hij zorgt voor u.” (1 Petrus 5:7 HSV)

 

“3 Immers, Zijn Goddelijke kracht heeft ons alles geschonken wat tot het leven en de godsvrucht behoort, door de kennis van Hem Die ons geroepen heeft door Zijn heerlijkheid en Zijn deugd. 4 Daardoor heeft Hij ons de grootste en kostbare beloften geschonken, opdat u daardoor deel zou krijgen aan de Goddelijke natuur, nadat u het verderf, dat er door de begeerte in de wereld is, ontvlucht bent.” (2 Petrus 1:3-4 HSV)

 

“De Heere vertraagt de belofte niet (zoals sommigen dat als traagheid beschouwen), maar Hij heeft geduld met ons en wil niet dat enigen verloren gaan, maar dat allen tot bekering komen.” (2 Petrus 3:9 HSV)

 

“Er is in de liefde geen vrees, maar de volmaakte liefde drijft de vrees uit. De vrees houdt immers straf in, en wie vreest, is niet volmaakt in de liefde.” (1 Johannes 4:18 HSV)

 

“En God zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal er niet meer zijn; ook geen rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn. Want de eerste dingen zijn voorbijgegaan.” (Openbaring 21:4 HSV)

 

“De genade van onze Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.” (Openbaring 22:21 HSV)