“Jezus zei tegen hem: Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij.” Joh.14:6
“Want niemand kan een ander fundament leggen dan wat gelegd is, dat is Jezus Christus.” 1Cor.3:11

Israel

Israel

Op de basisschool waar ik werk hangt aan de wand in de bouwhoek een wereldkaart voor kinderen.
Twee leerlingen (beide 5 jaar) stonden er samen met aandacht naar te kijken, waarop één van de twee jongens riep “juf! Ik heb Israël gevonden!” Natuurlijk kon ik niet doorlopen en wilde ik even gaan kijken. “Wat gaaf jongens! Laat mij eens zien waar Israël ligt?”.
“Kijk daar! Bij de kameel in de woestijn”. Ik was blij verrast en zei “Juf houdt van Israël”.
Twee koppies keken mij vragend aan. “Waarom dan juf?” ik: “Omdat God van Israël houdt”.
Daarmee was het gesprek afgelopen en gingen de jongens beide weer verder met hun bouwwerk.

Wat deed me dit moment denken aan het herstel van Israël in de bijbel. Het is een van de grote thema’s door heel de bijbel heen. Vele profetieën lezen we in Gods woord in het licht van Gods woord voor Gods volk, Israël.
Herman en ik volgen het studiejaar 2021-2022 bij IB studiehuis Israel en de Bijbel waarin ik regelmatig verrast wordt met nieuwe of andere inzichten. Ik kan zeggen dat ik veel kennis ontvang, maar het nog niet allemaal eenvoudig kan uitleggen. Het interesseert mij enorm en het belangrijkste is me duidelijk. Gods liefde voor Israël die we van Genesis t/m Openbaring terug kunnen zien.

In Exodus, Leviticus en Numeri zijn voor het volk Israël veel wetten en inzettingen beschreven, waardoor de basis van een ‘volksidentiteit’ ontstond. De eerste 5 boeken van de Bijbel kunnen we zien als een manier waarop God Zijn verbond en verbondenheid aan het Joodse volk wilde bewijzen door het uit te drukken in Schrifttaal, in eeuwig blijvende Woorden, die nu het eerste gedeelte van de Bijbel vormen. Bij de Joden heten de eerste 5 boeken van Mozes de Thora dat ‘onderwijzing’ betekent. Zelf wil ik mij nu richten op de gebeurtenis in Numeri 22 en 23.
Koning Balak vroeg Bileam om Israël te vervloeken. Koning Balak was bang voor het volk, omdat het zo groot was.

Numeri 22:6  / HSV
Nu dan, kom toch, vervloek dit volk voor mij, want het is machtiger dan ik. Misschien kan ik het verslaan en kan ik het uit het land verdrijven, want ik weet: wie u zegent, is gezegend, en wie u vervloekt, is vervloekt.

Maar Bileam is zo verstandig om eerst de raad van God te vragen en dan spreekt God ’s nachts tot Bileam.

Numeri 22:12-13  / HSV
12 Toen zei God tegen Bileam: U mag niet met hen meegaan, u mag dat volk niet vervloeken, want het is gezegend.13 De volgende morgen stond Bileam op en zei tegen de vorsten van Balak: Ga naar uw land, want de HEERE weigert mij toe te laten met u mee te gaan.

Bileam wil niets anders dan naar God luisteren of, is de grote beloning van de Moabieten ook wel aantrekkelijk?  Al geven ze hem zilver en goud, Bileam geeft duidelijk aan dat hij niet anders dan gehoorzaam kan zijn aan het bevel van zijn Heer God.

En tegelijk… zegt hij tegen de mannen van Balak dat ze nog een nacht mogen blijven en dan zal hij zien wat de Heer hem daarover nog wil zeggen, maar God was toch al duidelijk geweest? Die nacht kwam God naar Bileam toe en zegt dat hij met de mannen mee kan gaan, maar dat Bileam alleen mag doen wat God hem zegt.

Numeri 22:13-21  / HSV
13 De volgende morgen stond Bileam op en zei tegen de vorsten van Balak: Ga naar uw land, want de HEERE weigert mij toe te laten met u mee te gaan.14 Toen stonden de vorsten van Moab op en kwamen terug bij Balak. En zij zeiden: Bileam heeft geweigerd met ons mee te gaan.15 Maar Balak ging door met het sturen van vorsten, meer en aanzienlijker dan de eerste.16 Die kwamen bij Bileam en zeiden tegen hem: Dit zegt Balak, de zoon van Zippor: Laat u er toch niet van weerhouden naar mij toe te komen.17 Ja, ik zal u met grote eer overladen, en alles wat u tegen mij zegt, zal ik doen. Maar kom toch, vervloek dit volk voor mij!18 Toen antwoordde Bileam en zei tegen de dienaren van Balak: Al zou Balak mij zijn huis vol zilver en goud geven, ik ben niet in staat het bevel van de HEERE, mijn God, te overtreden om iets te doen, klein of groot.19 Nu dan, blijft u toch ook deze nacht hier, opdat ik weet wat de HEERE verder tot mij spreken zal.20 God kwam ‘s nachts tot Bileam en zei tegen hem: Kwamen die mannen soms om u te ontbieden? Sta op, ga met hen mee, maar u mag alleen dat doen, wat Ik tot u spreken zal.21 De volgende morgen stond Bileam op, zadelde zijn ezelin en ging met de vorsten van Moab mee.

Lees de geschiedenis zelf nog maar eens in Numeri 22 en 23.

God is vreselijk boos, omdat Bileam meegaat en stuurt Zijn Engel om hem tegen te houden.

Het is super indrukwekkend wat er dan gebeurd. De ezel ziet de Engel, maar Bileam niet, waarop Bileam zijn frustratie uit op de ezel. Het is zelfs zo dat Bileam’ s voet tussen de muur beklemd komt te zitten, omdat de ezel zich tegen de muur aandrukt toen hij de Engel zag. Ik vind het elke keer weer schrijnend om te lezen hoe Bileam de ezel toetakelt…. Ongelofelijk maar waar, God zorgt ervoor dat de ezel kan praten, en de Engel spreekt ook tot Bileam. Het wordt Bileam op wonderlijke wijze opnieuw duidelijk gemaakt dat Bileam naar God moet luisteren en alleen de woorden mag spreken die God hem geeft.

Het moment van zegening, dan kun je toch alleen maar Amén zeggen, opdat Gods oog rust op Zijn volk Israël?

Numeri 23:6-21  / HSV
6 En hij keerde naar hem terug en zie, hij stond bij zijn brandoffer, hij en al de vorsten van Moab.7 Toen hief hij zijn spreuk aan en zei:  Uit Syrië heeft Balak, de koning van Moab, mij laten halen,  vanuit het bergland van het oosten: 
Kom, vervloek mij Jakob, kom, niet vervloekt, hoe kan ik verwensen verwens Israël!8 Hoe kan ik vervloeken wie God wie de HEERE niet verwenst?9 Want vanaf de top van de rotsen zie ik hem, vanaf de heuvels neem ik hem waar; zie, dat volk woont afgezonderd, onder de heidenvolken rekent het zich niet.10 Wie heeft het stof van Jakob geteld, en het aantal, het vierde deel van Israël? Moge mijn ziel de dood van de oprechten sterven en mijn einde zijn als dat van hem.11 Toen zei Balak tegen Bileam: Wat doet u mij nu aan? Ik heb u hierheen laten halen om mijn vijanden te vervloeken, maar zie, u hebt hen juist gezegend!12 Hij antwoordde en zei: Zou ik dat wat de HEERE mij in de mond legt, niet nauwlettend uitspreken?13 Toen zei Balak tegen hem: Kom toch met mij mee naar een andere plaats, vanwaar u het volk kunt zien; slechts de uitlopers ervan kunt u zien, u kunt het niet helemaal zien. Vervloek het mij daarvandaan!14 Hij nam hem mee naar de vlakte van Zofim, naar de top van de Pisga. En hij bouwde zeven altaren, en hij offerde op elk altaar een jonge stier en een ram.15 Toen zei hij tegen Balak: Ga hier bij uw brandoffer staan, en ikzelf zal verderop God ontmoeten.16 De HEERE ontmoette Bileam en legde hem een woord in zijn mond. En Hij zei: Keer naar Balak terug, en aldus moet u spreken.17 Hij kwam bij hem, en zie, hij stond bij zijn brandoffer, met de vorsten van Moab bij hem. En Balak zei tegen hem: Wat heeft de HEERE gesproken?18 Toen hief hij zijn spreuk aan en zei: Sta op, Balak, luister; hoor mij aan, zoon van Zippor.19 God is geen man, dat Hij liegen zou, of een mensenkind, dat Hij ergens berouw over hebben zou. 
Zou Híj iets zeggen en het dan niet doen? Zou Híj spreken en het niet gestand doen?
20 Zie, ik kreeg opdracht om te zegenen: 
als Hij zegent, kan ik het niet keren.21 Hij aanschouwt geen onrecht in Jakob; ook ziet Hij geen kwaad in Israël aan. De HEERE, zijn God, is met hem, en de jubel klank van de Koning is bij hem.

Israël.. even terug naar het gesprek met de jongens op school.

“Wat gaaf jongens! Laat mij eens zien waar Israël ligt?”.
“Kijk daar! Bij de kameel in de woestijn”. Ik was blij verrast en zei “Juf houdt van Israël”.
Twee koppies keken mij vragend aan. “waarom dan juf?” ik: “Omdat God van Israël houdt”.
Daarmee was het gesprek afgelopen en gingen de jongens beide weer verder met hun bouwwerk.


Ik bid ze toe dat wanneer ze opgroeien dit lied ook met hun hart mee zullen zingen, waarop ze mogen zien dat God Jeruzalem herstelt en bouwt.

En jij, zing je ook mee?

Één reactie

  1. Christine schreef:

    Prachtig nummer, en wat treffend dat de kinderen al zoeken naar Israel. Dank je wel voor deze teksten en uitleg.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *